Lindebloesem

Met dochterlief naast me rijd ik door een mooie laan. Het zonnetje schijnt. Ik laat het raampje naar beneden en probeer zowel op de weg te letten en tegelijkertijd ook mijn neus in de wind te steken. Ik snuif een paar keer intensief. Dan zie ik dat Roos me peinzend aankijkt en langzaam een wenkbrauw optrekt. Ik begrijp dat ik iets uit moet leggen.

Zoals wel vaker heeft dat te maken met een uitvaart die ik heb meegemaakt. Een bijzonder aspect van mijn beroep is namelijk dat je telkens even ondergedompeld wordt in een andere wereld. De wereld van iemand die je nooit gekend hebt maar in de dagen rond de uitvaart toch in grote lijnen aan je geopenbaard wordt.

Ik vertelde Roos dus over het afscheid van Miep enige weken eerder. Op een vergelijkbaar mooie dag als vandaag verzamelden een aantal mensen zich op een hofje in het centrum van de stad. Een rond weggetje, voor de gelegenheid autovrij. In het midden een groen eiland. Steeds meer mensen kwamen aangewandeld. Allemaal hadden ze een bloem bij zich en ze sloten op gepaste afstand aan. Er werden grapjes gemaakt over ‘de corona’. Buren kwamen naar buiten, sommigen maakten het zich gemakkelijk op een stoel voor hun huis.

De ogen waren gericht op het huis van Miep. Dat huis vol boeken, stenen, beelden, schilderijen. Zo’n huis waarvan je vermoedt dat alles wat erin staat een verhaal heeft. Miep lag die week opgebaard tussen haar dierbare spullen. En nu, op de dag van de uitvaart, werd ze naar het midden van het hofje gedragen. Het gemoedelijke geroezemoes viel stil. Miep had een centrale rol in de buurt en nu was ze wel heel letterlijk het middelpunt.

Toen vulde het hofje zich met de klanken van een viool. Een eerbetoon van een van de kleinkinderen, niet veel ouder dan een jaar of tien. We hadden het natuurlijk afgesproken, maar het raakte me toch. Het leek wel of ik in een film zat. Daarna volgden verhalen over Miep. Over haar betrokkenheid. Dat ze altijd alles van iedereen wist. Haar liefde voor kunst en cultuur. Over de dierbare kleinigheden die ze als grote schatten bewaarde.

Uiteindelijk nam de dochter van Miep het woord. Zij vertelde liefdevol over haar wijze raadgever, haar nooit veroordelende moeder. Ze sloot af met een verhaal over de lindenbomen die voor hun ouderlijk huis hadden gestaan. En dat het zo mooi is dat juist nu de lindenbomen in bloei stonden en dat de geur van lindebloesem nu voor altijd aan haar verbonden zou zijn.

“Dagen later heb ik aan mijnmoeder gevraagd of zij ergens een lindeboom wist te staan: ik wilde eens gaan ruiken want ik had geen idee. En eerlijk gezegd nog steeds niet”, knik ik naar het open raam.

De geur van bloeiende Lindebomen zal voor mij altijd verbonden blijven aan die mooie uitvaart, met die mooie moeder en mooie dochter. En aan de schaterlach van mijn eigen dochter toen ze begreep dat ik met mijn hoofd uit een rijdende auto een boom probeerde te ruiken.